Medische feiten

Je kind wil een verwijzing: wat de huisarts wel en niet toetst

Veel ouders gaan ervan uit dat de huisarts eerst meedenkt voordat een kind naar een genderkliniek gaat. In de praktijk verwijst de huisarts bijna altijd door, en krijgt daarna ongeveer vijf op de zes jongeren de diagnose. Wat betekent dat voor jou als ouder?

Je kind wil een verwijzing: wat de huisarts wel en niet toetst

Als je kind zegt naar een genderkliniek te willen, is de huisarts meestal de eerste stap. Veel ouders verwachten dat daar een eerste weging plaatsvindt: past dit bij mijn kind, speelt er misschien iets anders, is het verstandig om even te wachten? Dat is een begrijpelijke verwachting, maar ze klopt meestal niet met wat er in de spreekkamer gebeurt.

De huisarts verwijst, maar weegt zelden

Bij gendervragen heeft de huisarts in Nederland vooral een verwijsfunctie. Genderzorg Nederland zocht uit wat daarover bekend is en publiceerde de uitkomst in het overzicht hoeveel huisartsen doorverwijzen en hoeveel jongeren de diagnose krijgen. De kern: naar schatting ruim negentig procent van de huisartsen gaat mee in het verzoek en schrijft de verwijzing. Tegelijk zei 47 procent van de ondervraagde transgender personen dat hun huisarts wel wilde helpen, maar er te weinig van wist. Dat is geen verwijt aan huisartsen; het onderwerp komt in een gemiddelde praktijk weinig voor. Het betekent wel dat de verwijzing zelden het resultaat is van een inhoudelijke afweging.

Wat er na de verwijzing gebeurt

Na de verwijzing volgt eerst een lange wachttijd, die kan oplopen tot enkele jaren. Daarna begint de diagnostische fase bij de kliniek. Van de kinderen en jongeren die bij het Amsterdamse genderteam werden aangemeld, kreeg gemiddeld 84,6 procent de diagnose genderdysforie. Ongeveer vijf op de zes dus. Dat wil niet zeggen dat die diagnoses onjuist zijn. Het betekent wel dat je er als ouder niet op kunt rekenen dat ergens in de keten iemand vanzelf op de rem trapt. De huisarts doet het meestal niet, en de kliniek in de meeste gevallen ook niet.

Wat je als ouder wel kunt doen

Ga mee naar het gesprek bij de huisarts, zeker als je kind minderjarig is. Vertel wat jij thuis ziet: hoe lang speelt dit al, hoe gaat het op school, zijn er zorgen over somberheid, angst, autisme, eetproblemen of pesten? Die informatie hoort in de verwijsbrief, omdat de kliniek daarmee begint. Vraag de huisarts ook of er in de wachttijd al ondersteuning mogelijk is, bijvoorbeeld via de praktijkondersteuner GGZ of een jeugdpsycholoog. De wachttijd is lang, en wat er in die jaren wel of niet gebeurt, bepaalt mede hoe je kind de diagnostiek ingaat.

Een verwijzing is geen beslissing

Het kan helpen om dat ook tegen je kind te zeggen. Een verwijzing betekent dat er gekeken gaat worden, niet dat de uitkomst vaststaat. Tegelijk is het goed om te weten dat het systeem niet is ingericht op twijfel: wie eenmaal in de rij staat, komt er in de meeste gevallen met een diagnose uit. Juist daarom is jouw rol als ouder groter dan je misschien denkt. Jij bent vaak de enige die het hele kind kent, met de hele voorgeschiedenis, en die blijft wanneer de afspraak voorbij is.

Mark Visser

Mark Visser

Redactie

Veelgestelde vragen

Twijfel je of wil je overleggen?

Je hoeft dit niet alleen te doen. Bekijk waar je terechtkunt voor steun en lotgenoten.

Naar hulp & steun →